|
Bonjour Écrins September 2000
Met een harde klap slaat het raam van ons lager dicht. Buiten zie ik het weerlichten en even later knalt een blikseminslag ergens op de graat. Onweer op 3200 meter. De Rifuge d’Écrin sneeuwt langzaam in. Het is 4.00 uur ‘s morgens. Langzaam dringt het tot me door dat we de kans op een mooie beklimming van de Dome du Neige wel kunnen vergeten. We nemen alle tijd om op te staan en een mager ontbijt weg te werken. Om 8 uur neemt de huttenwirt contact op met de meteo en weet te melden dat er zowel vandaag als morgen onweer en sneeuw zal zijn. “No climbing of the mountain”. Buiten zit alles potdicht. Het is woensdag en de tourenweek duurt tot vrijdag. Jammer, het is voorbij. Het enige wat rest is afdalen We zaten met z’n drieen boven in de hut met als doel om samen met de rest van de deelnemers aan de TAV-septemberweek een beklimming uit te voeren. Dinsdag waren we omhoog gekomen na twee prachtige klimdagen op de Pelvoux. We zouden hierboven in de hut een groep van 5 andere klimmers ontmoeten, die vanaf de andere kant over de bergrug naar de Refuge d’ Écrin zouden komen. Echter de jongens hadden de nacht ervoor een buiten bivak gehad en waren in moeilijkheden geraakt. Ze moesten aan de andere zijde afdalen naar het dal. Ze hadden de huttenwacht, met het mobieltje, laten weten dat ze via onze route omhoog zouden komen. In dit weer ! We gingen er maar van uit dat we ze tijdens onze afdaling zouden ontmoeten en weer mee naar benenden zouden nemen. De afklim over de zijmorene en delen van de Glacier blanc was door het slechte weer een glibberige onderneming. De rots die gister nog heerlijk klom was nu nat en glad en het zicht was minimaal. Pas bij de 600 meter lager gelegen Rifuge Glacier Blanc konden we weer wat zien. In de stromende regen kwamen we onze vrienden tegen. Na uitwisseling van de informatie besloten zij om weer met ons mee te gaan naar het dal. Teruglopend droomden we met z’n allen nog wat na van de schitterende dagen hiervoor.
|
|
Barre d’Écrins
|
|
Pelvoux
De Tav-septemberweek bestond dit jaar uit een bergsportkamp en hochtourentochten in de Ecrin, in Frankrijk. Het basiskamp hadden we ingericht op de camping in Pelvoux St Antoine, aan de voet van de gelijknamige berg. Het plaatsje ligt in het Vallouise dal. Na een schitterde week van inlopen, rotsklimmen, via ferrata’s en mooie tochten vol met zonneschijn, strak blauwe hemels en donkere sterrennachten bij het kampvuur zou de eigenlijke septemberweek op zaterdag starten met een tour naar de Pelvoux (3900 m). |
|
Met 10 man vertrokken we door een wonderschone dal naar de Rifuge de Pelvoux op 2700 meter, een stevige klim van 1200 hoogtemeters met een rugzak vol touw en klimspullen. De hut ligt prachtig als een kansel hoog boven het dal. Direct achter de hut begint de route naar de Pelvoux. We wilden de berg beklimmen via het couloir Coolidge. Na een uitstekende nacht gingen we vroeg op pad. In het donker met de hoofdlampjes op beklommen we de eerste rotsen direct achter de hut. Hoger op de berg moesten we enkele oude firnvelden traverseren, waarvan de laatste eindigde tegen een oude gletsjerbreuk. Na wat heen en weer gezoek vonden we de juiste doorgang. Stijgijzers aan en stijgijzers af is en blijft voor de bergsporters zonder snelsluiting een ramp, en kost voor de hele groep veel tijd. In een waterig zonnetje bestegen we de voet van het couloir. De wandhoogte was naar schatting 300 meter, waarbij volgens het gidsje de steilte maximaal 30% zou zijn. Na ongeveer 150 meter werd het couloir echter dusdanig steil dat we ons wat zorgen over de terugtocht gingen maken. |

|
No climbing of the mountain |
