Petique Kompaslezen

 

KRETA: Bivak in de Levka Ori

 

Voor we ons definitief omdraaiden keken we nog een keer over de witte puinvlakte van het Levkas gebergte. Onder ons een diepe kloof met grauwe donkere wanden. Links achter ons de top van de Pachnes,  de op een na hoogste berg van Kreta en schuin voor ons de geweldige wand van de Gingillos.

“ Ok we gaan terug naar Askifou. Een tweede bivak kunnen we niet riskeren, te weinig water. We hebben  nog maar een liter, en nog zeker zes uur te gaan”. De oversteek naar de Kalergi hut zat er niet meer in. De routemarkering van de E 4 waren we al een paar uur kwijt en ondanks duidelijke oriëntatiepunten in het terrein en op de kaart, waren we behoorlijk aan het zoeken geraakt. Er waren nergens paden en markeringen meer terwijl de kaart toch erg duidelijk was. Dan maar terug naar het laatst bekende punt. Schuin terug op ruim 2000 meter stond de laatste paal van de E 4. Daar hield de route op. Vol onbegrip zochten we nogmaals de omgeving af naar het vervolg; tevergeefs. De zon stond inmiddels hoog aan de hemel en de wind bulderde nog steeds over de lange graat. Met een droge mond daalden we af naar het dal, terug langs onze vorige bivakplek omhoog langs de Tavri-hut en vervolgens stijl het dal in naar de hoogvlakte van Askifou.Toen we uren later volledig uitgedroogd de rand van het dorp bereikten, ploften we direct bij de eerste taverne neer en bestelden een liter water en twee Amstel, die in enkele seconden weg waren. Het was zondag aan het eind van de middag en als we geen extra dag wilden verspelen, moesten we nog met de bus verder naar Chania in het noorden om vanaf daar verder te kunnen de bergen in.

Na een dik uur wachten op het terras aan de hoofdstraat konden we een bus onderscheppen. Gewoon op de weg gaan staan en je hand omhoogsteken.  Uitgeput en toch wat aangeslagen zaten we in de bus en raakten aan de praat met een engelse archeoloog die het gebied behoorlijk goed kende. Aan hem legde ik het probleem van de route markering en onze zoektocht hoog in de bergen voor. Hij wist te melden dat een aantal jaar geleden schaapherders de E4 routemarkering en het pad over enkele kilometers hadden weggehaald, omdat zij geen vreemden boven in de bergen wilden hebben tussen hun schapen. Dat verklaarde alles. Aan mijn beschrijving kon onze engelse vriend ook afleiden dat we goed op de route hebben gezeten en vermoedelijk daar waar we terug zijn gekeerd even over de graat hadden moeten kijken om de hut te zien liggen. Balen dus. Hij wist ook te melden dat de hut gesloten was en dat we dus ook daar hadden moeten bivakkeren en dat water er vermoedelijk niet zou zijn geweest.

 

Een geluk bij een ongeluk. Terug in de stinkende stad  zaten we nog even in het donker onder de overhangende druivenranken voor het pension dat we hadden gevonden. De volgende morgen moesten we er weer vroeg uit om met de eerste bus de bergen weer in te gaan. Nog even dachten we terug aan het begin van ons bergavontuur en ons bivak op 2000 meter.

We waren vroeg in het seizoen naar Kreta gekomen om naast het snuiven aan ‘s lands cultuur ook te gaan bergwandelen in de Levka Ori. In Nederland hadden we ons goed voorbereid. We hadden via internet informatie ingewonnen bij de Griekse bergsportvereniging EOS, afdeling Chania. Daar waren we een mooie route door het Levkas gebergte aan de weet gekomen. Ook werd er melding gemaakt van een drietal hutten.

naar de eerste hut op.

De best verkrijgbare kaart van Kreta is een 1:100.000 “wandelkaart”. Een andere konden we gewoon niet op de kop tikken. Toch wisten we een aardig plan uit te stippelen met alle soorten terrein. We wilden de oversteek dwars door het gebergte maken, een keer bivakkeren en twee keer overnachten in een hut, onderweg de hoogste top (2453 m) meenemen en de tocht afsluiten met de 18 kilometer lange Samaria kloof. Deze mooie maar zeer toeristische kloof wilden we na een bivak in alle vroegte doen om het volk voor te blijven.

 

De laatste paal

Tekstvak: Vervolg
Volgende pagina